Wat de inteeltcoëfficiënt meet
De inteeltcoëfficiënt, kortweg F, is de kans dat een jong twee identieke kopieën van een gen draagt die allebei van dezelfde voorouder komen: één keer via zijn vader en één keer via zijn moeder. De geneticus Sewall Wright introduceerde hem in 1922, daarom heet hij vaak de F van Wright.
F hoort bij het jong, maar het koppel bepaalt hem: de coëfficiënt van een koppeling is de F die hun jongen zullen hebben. Een F van 0 betekent dat de ouders geen gekende gemeenschappelijke voorouder hebben. Een F van 25% krijg je wanneer je volle broer en zus koppelt, of een ouder met zijn eigen jong.
Hoe hoger F, hoe meer genen een jong in twee identieke kopieën draagt. Verborgen recessieve eigenschappen komen dan vaker boven. Dat is handig wanneer je een kleurmutatie wil vastleggen, en schadelijk wanneer het zwakte, minder vruchtbaarheid of slechte uitkomstresultaten bovenhaalt, wat kwekers inteeltdepressie noemen.
Hoe je hem berekent
De padmethode van Wright werkt rechtstreeks vanuit de stamboom. Zoek elke voorouder die zowel aan de kant van de vader als aan de kant van de moeder voorkomt. Tel voor elke gemeenschappelijke voorouder de generaties van de vader tot die voorouder (n1) en van de moeder tot die voorouder (n2). Die voorouder draagt dan (½) tot de macht (n1 + n2 + 1) bij.
Tel de bijdragen van alle paden op en je hebt F. Een pad mag niet twee keer langs dezelfde vogel lopen, dus een voorouder die je alleen via een dichtere gemeenschappelijke voorouder bereikt, voegt zelf niets toe.
De volledige formule vermenigvuldigt elke bijdrage ook nog met (1 + FA), waarbij FA de inteelt van de gemeenschappelijke voorouder zelf is. Weet je weinig over de stamboom van die voorouder, dan neem je FA meestal gelijk aan nul.
Uitgewerkte voorbeelden
Halfbroer en halfzus hebben één ouder gemeen. Van elke vogel tot die ouder is één generatie, dus de bijdrage is (½) tot de macht (1 + 1 + 1) = 1/8, of 12,5%.
Volle broer en zus hebben beide ouders gemeen. Elke ouder draagt 1/8 bij, samen 1/4, of 25%.
Een ouder gekoppeld aan zijn eigen jong: de ouder is zelf de gemeenschappelijke voorouder, nul generaties ver aan de ene kant en één generatie aan de andere. Dat geeft (½) tot de macht (0 + 1 + 1) = 1/4, of 25%.
Volle neef en nicht hebben twee grootouders gemeen, telkens twee generaties ver aan beide kanten: (½) tot de macht (2 + 2 + 1) = 1/32 per grootouder, samen 1/16, of 6,25%.
Hoe je het getal leest
Die ijkpunten zijn de basis van de risiconiveaus die Newbred toont: geen (0%), laag (onder 6,25%, minder verwant dan neef en nicht), matig (6,25 tot 12,5%), hoog (12,5 tot 25%) en zeer hoog (25% en meer, het niveau van volle broer en zus).
Er bestaat geen vaste veilige grens. Veel kwekers houden hun gewone kweek in het lage bereik en aanvaarden alleen meer voor een bewuste stap in lijnteelt, gevolgd door een kruising met onverwante vogels. Waar het vooral om gaat: dat je het getal kent voor je beslist, en niet pas als de jongen uit het ei zijn.
Wat de coëfficiënt je niet vertelt
F is maar zo goed als de stamboom erachter. Voorouders die nooit genoteerd zijn, tellen als onverwant, dus een korte stamboom onderschat de inteelt. Hoe verder je gegevens teruggaan, hoe betrouwbaarder het getal.
F is ook een verwachte waarde, geen DNA-test. Volle broers en zussen zitten gemiddeld op 25%, maar het werkelijke aandeel identieke genen verschilt van jong tot jong.
Laat Newbred het rekenwerk doen
Je hoeft geen paden met de hand te volgen. Wanneer je in Newbred een nieuw koppel maakt, overloopt het beide stambomen tot tien generaties diep, berekent het de F van Wright voor hun jongen en toont het het risiconiveau en elke gemeenschappelijke voorouder met zijn bijdrage. Inteeltanalyse zit in het gratis Starter-abonnement.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede inteeltcoëfficiënt?
Voor de gewone kweek: hoe lager, hoe beter. Onder 6,25% (minder verwant dan neef en nicht) geldt algemeen als laag. Vanaf 12,5%, het niveau van halfbroer en halfzus, stijgt het risico op inteeltdepressie merkbaar.
Is de coëfficiënt van een koppel dezelfde als die van de ouders zelf?
Nee. De coëfficiënt van een koppeling is de inteelt die hun jongen zullen hebben. Elke ouder heeft zijn eigen F, die afhangt van hoe verwant zijn eigen ouders waren.
Hoeveel generaties heb ik nodig?
Zoveel als je kan noteren: verwantschap die verder teruggaat dan je gegevens, wordt gewoon gemist. Newbred kijkt tot tien generaties terug via de voorouders die je ingevoerd hebt.